Winkelmandje 0

Fragment 6: 'Superhelden" (p. 242)

#Superhelden Anne van Driel Fanflicks Fragment

Anne van Driel's debuut 'Superhelden' is overladen met lovende kritieken: zo is het geroemd om zijn eerlijke, rauwe benadering van heftige thema's. Hoofdpersoon Camille heeft flinke problemen - al ontkent ze dit zelf stellig. De wereld om haar heen is gek, niet zij. En het feit dat superhelden om haar heen wonen, tja. Niets raars aan, die bestaan gewoon. Wie moet anders de wereld redden?

Lees hier een fragment uit dit boek, waarbij twee van haar 'superhelden' de confrontatie aangaan. Meer lezen? Het boek kun je hier vinden.

-----

Ik schoot een paar meter bij Michael vandaan en draaide me om naar de lange jongen die voor me stond. Het was geen verrassing meer wie dat was: zijn stem herkende ik uit duizenden. Luke stond achter ons – en keek ons gekwetst aan. Hij wilde zich omdraaien, maar ik hield hem tegen.

Luke stond op zijn tenen, klaar om weg te vliegen in de lucht. Wind waaide gevaarlijk om ons heen en ik vroeg me af of hij zo wel kon opstijgen. Het was geen vliegtuig, hield ik mezelf voor. Hij kende geen turbulentie. In ieder geval niet in de lucht. ‘Wacht!’ mijn stem sloeg over van de zenuwen. Het was dan wel zo dat ik Luke niet leuk vond, maar ik wilde niet dat wij ruzie kregen. Ik was moe van het ruzie maken, met alles en iedereen – en wilde dat het stopte. Ik wilde gewoon dat we allemaal goed met elkaar overweg konden.

Zo eindigde het toch altijd? Alle sprookjes eindigden uiteindelijk toch altijd goed? Waar was mijn veel te uitgedoste trouwerij met al het lekkere eten dan? Stripverhalen eindigden echter nooit in trouwerijen. Misschien had ik toch niet voor dit leven moeten kiezen. Misschien had ik moeten zoeken naar mijn prins, in plaats van naar mijn superheld.

‘Waarom? Ik laat jullie wel even alleen.’
Ik deed mijn mond open, maar wist niet wat ik moest zeggen. Deze ruzie sloeg nergens op, net als alle andere die ik in mijn leven gevoerd had. Het leek alsof het woord "ruzie" op mijn voorhoofd stond geschreven; en het spel was dat iedereen zich aan het woord moest houden. Hoe hard ik ook over mijn voorhoofd wreef, het kwam er maar niet vanaf. Waarschijnlijk was het een soort permanent stift, of zo, een hele dikke: want uiteindelijk bleef ik achter met het woord er nog dikker op (en een rood hoofd).

Ja, ik zoende met Michael, maar hoefde daar geen verantwoording voor af te leggen aan Luke. Hij was mijn vriendje niet. Ik vond hem aardig, maar niet meer dan dat. En ja, hij was mijn superheld, maar zoals ik al eerder zei, hij was een beste vriend-soort superheld.



Ouder bericht Nieuwer bericht


Laat een reactie achter

Houd er rekening mee dat reacties eerst goedgekeurd moeten worden voordat ze op de pagina verschijnen.